‘Doe jij die weg? Mag ik die dan hebben?’
Een paar jaar terug was ik bij een vriend op bezoek die een oude Van Dale op tafel had liggen. Die ging naar het oud papier, zo had hij bedacht. Want wie had er nog een woordenboek nodig, uit 1969 notabene?
Ik bladerde er even doorheen. Computer, online … staan er allebei nog niet in.
Krant uiteraard wel.
In onze stad verschijnen vier grote kranten, staat er als voorbeeldzin. Kan me niet voorstellen dat deze zin ook nog in de meest recente editie staat …
Ik nam hem mee, legde hem in mijn kast en vergat hem.
Het is niet eens mijn oudste woordenboek dat ik heb. In het zicht op kantoor heb ik een ‘verklarend zakwoordenboekje der Nederlandse taal’ liggen, een uitgave uit 1946, een erfstuk.
Ik stuit dan bijvoorbeeld op een woord als omvademen. Ken jij het? Het betekent dat je iets met uitgestrekte armen omvat. Een boom omvademen.
Even checken: ja, in de Van Dale van 1969 staat het ook nog. En online? Nee, daar geeft omvademen geen resultaat.
Grappig zoals de taal zich ontwikkelt.
Zou de taal van mijn kinderen – zonder leestekens, wil jij hier is naar kijken, hoelaat, nogmeer, enz. – over tig jaar de norm zijn van de Van Dale? Terwijl ze nu nog een rood kringeltje geven in Word …
Zelf gebruik ik mijn woordenboek dat ik in het eerste jaar van de middelbare school heb aangeschaft nog regelmatig, uit 1981 zie ik nu, een echte Kramers’. Vooral als ik aan het spelen ben met woorden. Als ik woordcombinaties nodig heb bijvoorbeeld.
Vlug gepakt. Handzaam. Ideaal.
Afgelopen vrijdag had ik ineens die Dikke van Dale weer nodig.
Ik had een kennismakingsgesprek met een bruidspaar. Online. Zelf werk ik zelden op een laptop. Ik voel me niet prettig achter zo’n ding. Ik moet een groot toetsenbord hebben. Het mijne is minimaal vijftien jaar oud, is verschillende keren flink ziek geweest – dan deed de v het een paar dagen niet bijvoorbeeld – maar herstelde gelukkig ook weer.
Maar vrijdag zit ik achter de laptop, die te laag op mijn bureau staat, zodat ik op zoek moet naar iets dat ik er onder kan leggen, ik kijk in de kast en zie … de Dikke van Dale!
En daarmee is het maar weer eens bewezen: een schrijver schuine streep babs kan niet zonder woordenboek!
En zouden ze dit dan de huidige definitie van boekensteun zijn:

Geef een reactie