Met mijn 1,97 meter ben ik misschien wel de grootste schrijver van Nederland …
Dat roep ik al een paar jaar. Met een knipoog.
Nooit zette ik die slogan om in daden. Ik schreef wat op mijn pad kwam. En dat doe ik nog steeds. Verhalen, copy, columns, speeches, brieven, enz. Alles. Vaak in opdracht. De troonrede ontbreekt nog. Voor de rest heb ik volgens mij alles al geschreven.
Lekker makkelijk was dat en is dat. Ik hoefde me niet te profileren. Hoefde geen reclame te maken. Het werk kwam toch wel.
In de bijna twintig jaar dat ik schrijf, heb ik nooit de grote trom geroerd.
Ik was er. Ik schreef. Klaar.
Maar tijdens mijn wekelijkse gesprek met mijn Mongoolse Hai-Kwi-Bus coach, wees hij me erop dat ik zo veel mensen tekort doe door niet meer naar buiten te treden. ‘Laat je zien’, zei hij me. ‘Je hebt de wereld zo veel te bieden.’
‘Maar dat past helemaal niet bij mij. Daar ben ik toch veel te bescheiden voor’, riposteerde ik.
‘Wat is riposteren?’, vroeg hij me daarop.
‘Antwoorden’, antwoordde ik.
‘Nee, jij eerst’, riposteerde hij.
Mijn coach gaf me gelijk. Ik was inderdaad te bescheiden. ‘Maar’, zei hij, ‘Een bekend oud-Mongools gezegde luidt: bescheidenheid is als een hondendrol op straat, daar moet je overheen stappen.’
En dus is vandaag – 13 maart 2025 – een grote dag.
Ik ‘roep’ al jaren dat ik misschien wel de grootste schrijver van Nederland ben. Vanaf vandaag ga ik me ook zo gedragen. Hoe ik dat dan doe? Volg me maar, via mijn verhalen, in de krant of via deze site.